Rekenmaster › Tabellen en grafieken oefenen › Getallenreeksen oefenen
📊
groep 4 t/m 7
Getallenreeksen oefenen (groep 4 t/m 7)
3, 6, 9, 12 … wat komt erna? Een getallenreeks vraagt om een regel te ontdekken en die door te zetten. Het lijkt een puzzeltje, maar het is de basis van het denken in verbanden — en het traint de tafels en het tellen met sprongen mee.
Oefenen
Wat is het volgende getal? Tien sommen, steeds nieuwe.
…
De regel vinden
Trek twee opeenvolgende getallen van elkaar af: 6 − 3 = 3, 9 − 6 = 3. Steeds hetzelfde? Dan is de regel +3. Wordt het verschil steeds groter, kijk dan of het getal verdubbelt: 2, 4, 8, 16. Controleer de regel altijd op de hele rij, niet alleen op de eerste twee.
Doorzetten
Pas de regel toe op het laatste getal: 12 + 3 = 15. Bij een dalende rij (80, 70, 60) is de regel −10 en gaat het verder met 50. Laat je kind de regel hardop zeggen voordat het antwoordt.
Waar het misgaat
De regel afleiden uit alleen de eerste twee getallen (2, 4 kan +2 zijn, maar ook keer 2), en bij een dalende rij toch optellen. En: sprongen van 25 of 250 lijken groot maar zijn hetzelfde principe.
📊 Verder oefenen op Grafiekeneiland
9 levels met sterren, punten en een foutenlijst die onthoudt wat jij lastig vindt.
Start op Grafiekeneiland
Veelgestelde vragen
Hoe vind je de regel van een getallenreeks?
Trek twee opeenvolgende getallen van elkaar af. Is het verschil steeds gelijk, dan is dat de regel (bijvoorbeeld +3). Verdubbelt het getal steeds, dan is de regel keer 2.
Waarom oefenen kinderen getallenreeksen?
Het traint het herkennen van patronen, de basis van verbanden en formules later. Tegelijk oefent het tellen met sprongen en de tafels.