Logo Rekenmaster Rekenmaster Gratis spelen

Rekenmaster › Meten en maten oefenen › Omtrek en oppervlakte berekenen

📏 groep 6 en 7

Omtrek en oppervlakte berekenen (groep 6 en 7)

Een rechthoek van 5 bij 3. Omtrek 16, oppervlakte 15 — twee getallen die zó op elkaar lijken dat kinderen ze massaal door elkaar halen. Het beeld dat helpt: de omtrek is het hek om de tuin, de oppervlakte is het gras erin.

Oefenen

Reken de omtrek of de oppervlakte uit. Alleen het getal. Tien sommen, steeds nieuwe.

…

Omtrek: rondlopen

De omtrek is de lengte van de rand. Bij een rechthoek: lengte + breedte + lengte + breedte, of korter: 2 × (lengte + breedte). Bij 5 bij 3 is dat 2 × 8 = 16. De eenheid is gewoon meter (of centimeter), want het is een lengte.

Oppervlakte: opvullen

De oppervlakte is hoeveel er binnenin past: lengte × breedte. Bij 5 bij 3 is dat 15. De eenheid is vierkante meter (m²), want je telt vakjes van 1 bij 1. Laat je kind die vakjes een keer echt tekenen — dan is de formule geen trucje meer.

Waar het misgaat

Naast het verwisselen: bij de omtrek maar twee zijden optellen (5 + 3 = 8), en bij de oppervlakte de eenheid vergeten. Meet samen een kamer op met een rolmaat en bereken beide — dat blijft hangen.

📏 Verder oefenen op Meeteiland

12 levels met sterren, punten en een foutenlijst die onthoudt wat jij lastig vindt.

Start op Meeteiland

Veelgestelde vragen

Wat is het verschil tussen omtrek en oppervlakte?

Omtrek is de lengte van de rand (het hek), oppervlakte is het gebied binnenin (het gras). Bij een rechthoek van 5 bij 3 meter is de omtrek 16 meter en de oppervlakte 15 vierkante meter.

Hoe bereken je de omtrek van een rechthoek?

Tel alle zijden op: 5 + 3 + 5 + 3 = 16. Korter: 2 × (lengte + breedte).

Ook oefenen

Per leerjaar

Rekenmaster · gratis rekenen oefenen voor groep 3 t/m 8 · naar het spel · alle oefenpagina's · Over Rekenmaster · Contact · Privacy & cookies