Rekenmaster βΊ Oefenen βΊ Meeteiland
π
groep 5 t/m 8 Β· 12 levels
Meten en maten oefenen (groep 5 t/m 8)
Meten is het rekenonderwerp met de meeste losse feitjes, en precies daarom valt het kinderen zwaar: honderd centimeter in een meter, duizend meter in een kilometer, duizend gram in een kilo. Wie het systeem erΓ‘chter ziet, hoeft veel minder te onthouden.
Het systeem achter de maten
Het metriek stelsel werkt met stappen van 10, 100 en 1000, en de voorvoegsels betekenen overal hetzelfde. Milli is een duizendste, centi een honderdste, kilo duizend keer. Dat geldt bij lengte, gewicht Γ©n inhoud.
Wie dat doorheeft, hoeft niet drie aparte lijstjes te leren: een millimeter verhoudt zich tot een meter zoals een milliliter tot een liter. Omrekenen wordt dan keer of gedeeld door 10, 100 of 1000 β precies de vaardigheid van het Kommaeiland.
Referentiematen: weten hoe groot iets is
Belangrijker dan omrekenen is gevoel voor grootte. Een kind zou moeten weten dat een deur ongeveer 2 meter hoog is, een pak melk 1 liter bevat, een appel zo'n 150 gram weegt en een pinpas ongeveer 8,5 centimeter lang is.
Met die ankerpunten valt een fout antwoord meteen op. Een tafel van 3 millimeter of een kind van 15 kilometer lang kan niet kloppen β en juist dit soort controle scheelt op toetsen veel punten.
Omtrek en oppervlakte: twee heel verschillende dingen
Omtrek is de lengte van de rand: bij een rechthoek van 5 bij 3 is dat 5 + 3 + 5 + 3 = 16. Oppervlakte is wat er binnenin past: 5 Γ 3 = 15. Kinderen halen deze twee massaal door elkaar, vooral omdat de getallen zo op elkaar lijken.
Het beeld dat helpt: omtrek is het hek om de tuin, oppervlakte is het gras. Wie hek zegt, loopt rond; wie gras zegt, vult op. Laat een kind het ook echt doen β een kamer opmeten met een rolmaat en beide berekenen β en het verschil blijft hangen.
Wat je thuis kunt doen
De keuken en de klusla zijn hier de beste leermiddelen. Laat je kind afwegen bij het bakken, afmeten met een maatbeker, of de kamer opmeten voor een nieuw kleed. Een rolmaat in handen doet meer dan een bladzijde omrekenoefeningen.
Onderweg werkt afstand goed: hoeveel kilometer nog, hoe lang duurt dat bij deze snelheid, hoeveel meter is dat bordje verderop? Schatten en daarna controleren maakt er een spel van.
π Oefenen op Meeteiland
12 levels, van makkelijk naar moeilijk. Gratis, zonder account te hoeven maken.
Start met oefenen
Veelgestelde vragen
Hoeveel centimeter gaan er in een meter?
Honderd. Een meter is 100 centimeter, en een centimeter is 10 millimeter. Een kilometer is 1000 meter. Dezelfde stappen gelden bij gewicht (kilogram en gram) en inhoud (liter en milliliter).
Wat is het verschil tussen omtrek en oppervlakte?
Omtrek is de lengte van de rand, oppervlakte is het gebied binnenin. Bij een rechthoek van 5 bij 3 meter is de omtrek 16 meter en de oppervlakte 15 vierkante meter. Denk aan het hek om de tuin tegenover het gras erin.
Wanneer leren kinderen omrekenen met maten?
Vanaf groep 5 met centimeters en meters, in groep 6 met kilometers, grammen en liters, en in groep 7 en 8 met oppervlakte, inhoud en samengestelde maten.