Logo Rekenmaster Rekenmaster Gratis spelen

Rekenmaster › Optellen oefenen › Sommen tot 100 oefenen

➕ groep 4 en 5

Sommen tot 100 oefenen

Tot 100 verandert de strategie: je kunt niet meer alles in één sprong doen. De aanpak die scholen aanleren — eerst de tientallen, dan de eenheden — houdt de getallen klein en het overzicht groot.

Oefenen

Optellen en aftrekken tot 100, met tientaloverschrijding. Tien sommen, steeds nieuwe.

…

Rijgen: eerst de tientallen

46 + 27: eerst 46 + 20 = 66, dan 66 + 7 = 73. Bij aftrekken hetzelfde: 73 − 27 wordt 73 − 20 = 53, dan 53 − 7 = 46. Werk van links naar rechts, en splits alleen het tweede getal.

Mooi maken

39 + 26 wordt makkelijker als je er 40 + 26 = 66 van maakt en daarna één teruggeeft: 65. En 52 − 29 is 52 − 30 + 1 = 23. Kinderen die dit durven, maken minder fouten dan wie strak het stappenplan volgt.

Waar het misgaat

De klassieke fout bij aftrekken: 52 − 27 wordt 35, omdat een kind bij de eenheden “gewoon” 7 − 2 doet. Via het tiental rekenen (52 − 20 = 32, dan 32 − 7 = 25) voorkomt precies dat.

➕ Verder oefenen op Pluseiland

12 levels met sterren, punten en een foutenlijst die onthoudt wat jij lastig vindt.

Start op Pluseiland

Veelgestelde vragen

Hoe reken je 46 + 27 uit het hoofd?

Eerst de tientallen: 46 + 20 = 66. Dan de eenheden: 66 + 7 = 73.

Wat is 'lenen' bij aftrekken?

Dat je een tiental omwisselt in tien eenheden omdat je er te weinig hebt. Via het tiental rekenen (52 − 20 = 32, dan 32 − 7 = 25) maakt lenen overbodig.

Ook oefenen

Per leerjaar

Rekenmaster · gratis rekenen oefenen voor groep 3 t/m 8 · naar het spel · alle oefenpagina's · Over Rekenmaster · Contact · Privacy & cookies