Rijgen: eerst de tientallen
46 + 27: eerst 46 + 20 = 66, dan 66 + 7 = 73. Bij aftrekken hetzelfde: 73 − 27 wordt 73 − 20 = 53, dan 53 − 7 = 46. Werk van links naar rechts, en splits alleen het tweede getal.
Rekenmaster › Optellen oefenen › Sommen tot 100 oefenen
Tot 100 verandert de strategie: je kunt niet meer alles in één sprong doen. De aanpak die scholen aanleren — eerst de tientallen, dan de eenheden — houdt de getallen klein en het overzicht groot.
Optellen en aftrekken tot 100, met tientaloverschrijding. Tien sommen, steeds nieuwe.
46 + 27: eerst 46 + 20 = 66, dan 66 + 7 = 73. Bij aftrekken hetzelfde: 73 − 27 wordt 73 − 20 = 53, dan 53 − 7 = 46. Werk van links naar rechts, en splits alleen het tweede getal.
39 + 26 wordt makkelijker als je er 40 + 26 = 66 van maakt en daarna één teruggeeft: 65. En 52 − 29 is 52 − 30 + 1 = 23. Kinderen die dit durven, maken minder fouten dan wie strak het stappenplan volgt.
De klassieke fout bij aftrekken: 52 − 27 wordt 35, omdat een kind bij de eenheden “gewoon” 7 − 2 doet. Via het tiental rekenen (52 − 20 = 32, dan 32 − 7 = 25) voorkomt precies dat.
12 levels met sterren, punten en een foutenlijst die onthoudt wat jij lastig vindt.
Start op PluseilandEerst de tientallen: 46 + 20 = 66. Dan de eenheden: 66 + 7 = 73.
Dat je een tiental omwisselt in tien eenheden omdat je er te weinig hebt. Via het tiental rekenen (52 − 20 = 32, dan 32 − 7 = 25) maakt lenen overbodig.
Rekenmaster · gratis rekenen oefenen voor groep 3 t/m 8 · naar het spel · alle oefenpagina's · Over Rekenmaster · Contact · Privacy & cookies