Rekenmaster › Optellen oefenen › Sommen tot 20 oefenen
➕
groep 3 en 4
Sommen tot 20 oefenen
Sommen tot 20 zijn de eerste sommen waarbij een kind over het tiental heen moet: 8 + 5, 13 − 6. Dat is de drempel tussen tellen en rekenen, en de strategie die je kind hier leert, blijft tot in groep 8 werken.
Oefenen
Plus en min door elkaar, altijd over het tiental heen. Tien sommen, steeds nieuwe.
…
De sprong via tien
Bij 8 + 5 vul je eerst aan tot tien: 8 + 2 = 10, en dan de rest erbij: 10 + 3 = 13. Bij aftrekken andersom: 13 − 6 wordt 13 − 3 = 10, dan 10 − 3 = 7. In beide gevallen splits je het tweede getal, en daarom moet splitsen tot 10 eerst vastzitten.
Andere handige routes
Dubbels: 7 + 8 is 7 + 7 + 1 = 15. Aanvullen bij aftrekken: 15 − 13 los je op door van 13 naar 15 te tellen, dus 2. Een kind dat meerdere routes kent, kiest zelf de handigste — dat is precies wat sterke rekenaars doen.
Waar het misgaat
Doortellen op de vingers werkt tot 20 nog net, en daarom blijven veel kinderen het doen. Het wreekt zich in groep 5 bij sommen tot 100. Ziet u vingertellen, ga dan terug naar de splitsingen in plaats van de sommen te blijven herhalen.
➕ Verder oefenen op Pluseiland
12 levels met sterren, punten en een foutenlijst die onthoudt wat jij lastig vindt.
Start op Pluseiland
Veelgestelde vragen
Wat is de sprong via het tiental?
Eerst aanvullen tot tien, dan de rest erbij: 8 + 5 = 8 + 2 + 3 = 13. Bij aftrekken: 13 − 6 = 13 − 3 − 3 = 7.
Wanneer moet een kind sommen tot 20 kennen?
Aan het eind van groep 4 horen sommen tot 20 vlot en zonder tellen te gaan.