Rekenmaster › Optellen oefenen › Sommen tot 1000 oefenen
➕
groep 5 en 6
Sommen tot 1000 oefenen
Tot 1000 wordt de vraag niet zozeer of een kind kan rekenen, maar of het overzicht houdt. 347 + 285 in één keer lukt niemand; in drie stappen lukt het iedereen. De aanpak is dezelfde als tot 100, met één stap extra.
Oefenen
Optellen en aftrekken tot 1000. Schat eerst, reken dan. Tien sommen, steeds nieuwe.
…
Rijgen in drie stappen
347 + 285: eerst de honderdtallen (347 + 200 = 547), dan de tientallen (547 + 80 = 627), dan de eenheden (627 + 5 = 632). Aftrekken net zo: 632 − 285 wordt 632 − 200 = 432, − 80 = 352, − 5 = 347. Splits alleen het tweede getal.
Schatten vooraf
347 + 285 is ongeveer 350 + 300 = 650. Komt er 532 of 932 uit, dan is er een tiental of honderdtal zoekgeraakt. Bij grote getallen is schatten geen extraatje maar de belangrijkste controle.
Waar het misgaat
Een tussenstap vergeten (de tientallen overslaan) en bij aftrekken de bekende leen-fout: 632 − 285 wordt 453 omdat het kind bij de eenheden 5 − 2 doet. Via het honderdtal en tiental rekenen voorkomt dat.
➕ Verder oefenen op Pluseiland
12 levels met sterren, punten en een foutenlijst die onthoudt wat jij lastig vindt.
Start op Pluseiland
Veelgestelde vragen
Hoe reken je 347 + 285 uit het hoofd?
In drie stappen: 347 + 200 = 547, dan + 80 = 627, dan + 5 = 632.
Wanneer komen sommen tot 1000 aan bod?
In groep 5, met in groep 6 de uitbreiding naar 10.000 en verder.